verhalen 845

Ik zag aan zijn gezicht dat hij dit niet had verwacht.

“Je bent echt gek,” zei hij uiteindelijk.

“Nee.”

Ik wees naar mijn tafel.

Daar lagen zes gebruikte theezakjes in een doorzichtige plastic zak.

Allemaal voorzien van datum en tijd.

“Je hebt gelijk. Het zijn maar theezakjes.”

Hij keek ernaar.

“Wat is dat?”

“Mijn administratie.”

“Welke administratie?”

“De administratie van jouw afval.”

Hij lachte spottend.

Maar zijn lach klonk minder zeker dan vroeger.

“Ik meen het,” zei ik. “Ik heb drie keer vriendelijk gevraagd of je ermee wilde stoppen.”

“En nu?”

“Nu wil ik dat je beseft dat jouw ‘kleine grapje’ gevolgen heeft voor iemand anders.”

Hij keek naar beneden.

“Je hebt hier echt tijd voor genomen.”

“Ja.”

“Waarom?”

“Omdat jij dacht dat ik uiteindelijk wel zou opgeven.”

Hij bleef een tijdje stil.

Toen haalde hij zijn schouders op.

“Prima. Ik zal het niet meer doen.”

Ik knikte.

“Mooi.”

Ik maakte het draadje los.

Het theezakje viel in mijn afvalbak.

Hij draaide zich om en ging naar binnen.

Ik dacht dat het daarmee voorbij was.

Maar om 21.03 uur hoorde ik opnieuw zijn balkondeur.

Ik keek omhoog.

Hij stond daar.

In zijn hand had hij een theezakje.

Hij keek recht naar mij.

Toen glimlachte hij.

“Je kunt toch niet de hele dag op je balkon zitten?”

Hij liet het zakje los.

Deze keer viel het direct naar beneden.

Maar voordat het mijn balkon bereikte, werd het door de wind terug tegen zijn eigen reling geblazen.

Het bleef aan zijn balkon hangen.

Hij keek ernaar.

Ik keek naar hem.

Toen begon ik te lachen.

Niet uit woede.

Gewoon omdat het absurd was.

Hij trok het zakje los.

“Dit is niet grappig!”

“Dat zei jij toch altijd over mijn klachten?”

Hij verdween naar binnen.

De volgende ochtend gebeurde er niets.

Geen theezakje.

De avond ook niet.

De dag daarna evenmin.

Ik begon te denken dat mijn aanpak had gewerkt.

Tot ik op vrijdagavond thuiskwam en een briefje op mijn deur vond.

“Je hebt gewonnen. Tevreden?”

Ik moest lachen.

Ik pakte een pen en schreef eronder:

“Ik wilde niet winnen. Ik wilde gewoon dat je stopte.”

Ik hing het briefje terug.

Een uur later klopte iemand op mijn deur.

Ik verwachtte mijn bovenbuurman.

Maar het was de vrouw van 4A.

Ze keek nerveus.

“Mag ik iets vragen?”

“Natuurlijk.”

“Heb jij problemen met de man van 4B?”

Ik zuchtte.

“Een beetje.”

Ze keek om zich heen.

“Dan moet je voorzichtig zijn.”

“Waarom?”

Ze aarzelde.

“Omdat hij dit niet alleen bij jou doet.”

Ik fronste.

“Wat bedoel je?”

Ze wees omhoog.

“Hij heeft eerder problemen gehad met andere bewoners.”

“Over theezakjes?”

“Nee.”

“Wat dan?”

Ze keek naar mijn woonkamer en verlaagde haar stem.

“Hij zoekt ruzie.”

Ik dacht aan zijn opmerking van een paar weken geleden.

Je hebt geluk dat het alleen thee is.

Plotseling klonk die zin veel minder onschuldig.

“Wat heeft hij bij jou gedaan?”

Ze schudde haar hoofd.

“Dat wil ik liever niet vertellen.”

“Waarom niet?”

“Omdat ik bang ben dat hij het erger maakt.”

Ze liep weg.

Ik bleef in de deuropening staan.

Voor het eerst vroeg ik me af of de theezakjes misschien helemaal niet het echte probleem waren.

Misschien waren ze alleen een manier om te testen hoe ver hij kon gaan.

Die avond ging ik mijn balkon op.

Ik keek naar boven.

Zijn balkon was donker.

Maar toen ik naar de reling keek, zag ik iets merkwaardigs.

Er zat een kleine camera.

Gericht naar beneden.

Recht op mijn balkon.

Mijn hart sloeg sneller.

Ik had hem nog nooit eerder gezien.

Ik pakte mijn telefoon en maakte een foto.

Toen hoorde ik achter me een geluid.

Ik draaide me om.

Mijn balkondeur stond open.

Ik wist zeker dat ik hem had dichtgedaan.

Ik liep langzaam naar binnen.

Op mijn tafel lag iets wat daar eerder niet had gelegen.

Een gebruikt theezakje.

Maar dit keer zat er een klein stukje papier aan vast.

Ik pakte het voorzichtig op.

Op het papier stonden vier woorden:

“Morgen praten we echt.”

Ik keek naar het plafond.

Toen naar mijn balkondeur.

En voor het eerst sinds ik hier elf jaar geleden was komen

Leave a Comment