Mijn naam stond erop.
MEREDITH.
Ik pakte hem op.
Mijn vingers trilden.
Op dat moment hoorde ik de voordeur dichtslaan.
Grant was vertrokken.
Ik rende naar beneden.
Maar toen ik in de hal kwam, was hij al weg.
Zijn auto reed de straat uit.
Ik bleef bij het raam staan.
Waarom was hij naar huis gekomen?
Met wie had hij gesproken?
En waarom lag er een envelop met mijn naam op ons bed?
Ik scheurde hem open.
Er zat maar één vel papier in.
“Als je dit leest, heb je eindelijk ontdekt wat hij al maanden probeert te verbergen.”
Daaronder stond een adres.
En een tijdstip.
Vandaag — 15.30 uur.
Ik staarde naar het papier.
Ik wilde het weggooien……………